ONDERWIJS > Pesten

* Pesten - Artikel Trouw donderdag 31 januari 2008

In het dagblad Trouw is op donderdag 31 januari 2008 aandacht besteed aan Pesten en de effecten van het PRIMA-project - het project waar ook onze school aan mee doet. Onderstaand leest U de publicatie als deze in Trouw heeft gestaan.

 

Voor een directe link naar de website van Trouw:

     * algemeen: Intensieve aanpak van pesten werkt

     * PRIMA op de Sint Jozefschool: Als het drie keer misgaat, worden de ouders uitgenodigd

 

Om het artikel op onze website te lezen:

 
Intensieve aanpak van pesten werkt

 

  • Ondanks een veelvoud aan projecten blijft pesten een groot probleem op scholen. Een nieuwe, goedwerkende aanpak uit Scandinavië moet uitkomst bieden.

    Een actief anti-pestbeleid op scholen zorgt voor minder slachtoffers van pesterijen, blijkt uit onderzoek van TNO. Vandaag worden de resultaten gepresenteerd van een nieuwe methode, waarmee 24 basisscholen sinds twee jaar werken.
    De kern van de zogenoemde PRIMA-aanpak (Proef Implementatie Anti-pestbeleid), afkomstig van de Noorse kinderpsycholoog en wetenschapper Don Olweus, is dat de school structureel een anti-pestbeleid voert, waarbij de hele klas en de ouders actief worden betrokken. Kinderen uit de groepen 6, 7 en 8 krijgen regelmatig les over pesten en gepest worden en maken samen met de leerkracht regels. Leerlingen vullen twee keer per schooljaar een ’pestmeter’ in. Dit is een vragenlijst waarop ze anoniem aangeven hoe vaak en op wat voor manier ze worden gepest of zelf pesten. Ook heeft de school een speciaal team, dat het beleid in de gaten houdt en alle ontwikkelingen bespreekt. De scholen worden ondersteund door het nationaal gezondheidsinstituut NIGZ, onderwijsadviseurs en de GGD.
    Na twee jaar is het aantal kinderen dat wordt gepest op de PRIMA-scholen met bijna tweederde gedaald, blijkt uit het TNO-onderzoek. Het aantal kinderen dat toegeeft zelf te pesten, daalde met bijna de helft. Op scholen die een soortgelijk beleid voeren daalt het aantal pesterijen ook, maar minder sterk.
    Pesten blijft een probleem op veel scholen. Gemiddeld 23 procent van de basisschoolleerlingen zegt twee keer per maand slachtoffer te zijn van pesterijen. Zo’n 8 procent geeft toe zelf tenminste twee keer per maand andere kinderen te pesten.
    „Je ziet heel veel goedbedoelde amateuristische projecten die niet echt werken”, zegt ’pestdeskundige’ en psycholoog Bob van der Meer. Maar over de PRIMA-aanpak is hij enthousiast. Er moet snel eenduidig beleid komen, vindt hij. „Veel ernstige incidenten hadden voorkomen kunnen worden als de scholen goed beleid hadden gevoerd.”
    Ook socioloog René Veenstra, die op de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek doet naar pesten op scholen, juicht de Scandinavische aanpak toe. „Recente onderzoeken laten zien dat bij pesten de hele klas betrokken is. Het is belangrijk dat niet alleen de leerkracht, maar ook overblijfouders en de mensen op het schoolplein op de hoogte zijn en informatie uitwisselen.”

  • ’Providers moeten helpen in de strijd tegen digitaal pesten’

    Internetproviders moeten scholen helpen in de strijd tegen digitaal pesten, vinden de PvdA en het CDA. Als het scholen niet lukt om daders van digitaal pesten te achterhalen, dan moeten providers ze daarbij helpen. Vandaag dienen PvdA en CDA een motie in waarin ze het kabinet vragen daarover afspraken te maken met providers. Ook moeten internetproviders sneller filmpjes en foto’s van pesterijen van internet verwijderen, vinden de partijen. „Daar moet de staatssecretaris ze op aanspreken”, zegt PvdA-kamerlid Staf Depla.

    Tegengaan van pesten moet een onderdeel zijn van het veiligheidheidsplan van elke school, vindt Depla. „Hoe scholen dat aanpakken moeten ze zelf bepalen. Er zit nogal een verschil tussen een school in Amsterdam-West een kleine school op het platteland.”

  • Als het drie keer misgaat, worden de ouders uitgenodigd

    Intensieve_aanpak_v_222554d.jpg


    „Ga eens weg, jij sproetenkop! Je staat in de weg, wat ben jij lelijk!”, roept een grote jongen met zijn borst naar voren. Het slachtoffertje bibbert en mompelt iets terug. Een paar kinderen staan weifelend achter hem. De rest van groep zeven lacht hardop. Gelukkig is het maar een rollenspel.

    Leerlingen uit de groepen 6, 7 en 8 op de St. Jozefschool in Schiedam krijgen sinds twee jaar speciale lessen. Die gaan over pesten en hoe je daar als klas en als leerling mee om moet gaan. Over wat het verschil is tussen pesten en plagen en over wie de pester, de gepeste, de buitenstaander, de helper en de meeloper is. Vandaag praten ze over het gevoel van al die mensen.

    De klas bespreekt met meester Sven de uitgevoerde rollenspellen. „Zou de meeloper in het stukje dat we hebben gezien, zich eigenlijk anders hebben gevoeld?”, vraagt hij. „Ja”, denkt Nikki (10). „Soms wil je de pester te vriend houden, dus dan doe je maar mee.”

    De St. Jozefschool is een van de 24 scholen die de afgelopen twee jaar hebben geëxperimenteerd met de PRIMA-methode. De schoolbrede aanpak, bedacht door de Noorse kinderpsycholoog en wetenschapper Dan Olweus werkt, blijkt uit onderzoek van TNO Kwaliteit van Leven. Het aantal kinderen dat slachtoffer is van pesten is in de scholen met deze aanpak bijna met tweederde gedaald.

    Dat ziet ook leerkracht Sven Lispet (25), die lid is van een kernteam van de school die het anti-pestbeleid in de gaten houdt. De ’pestmeters’, een vragenlijst die de leerlingen vorig jaar anoniem hebben ingevuld, lieten aan het eind van het schooljaar een verbetering zien, vertelt hij.

    „Wat heb je stomme kleren”, roept een meisje tijdens het volgende rollenspel. „Die komen zeker van de markt”, roept een ander. „Ja, dat zwart met rood stáát toch niet!”, zegt een derde. Meester Sven herkent iets wat ook in het echt gebeurt en zegt tegen de klas: „Dit gebeurt ook bij ons op het schoolplein.” Even is het stil.

    „Deze groep jut elkaar gemakkelijk op”, vertelt de leerkracht later. „Dat is niet alleen met pesten. Ze tuimelen over elkaar heen. Soms is het net een kruitvat waar ik vast met een emmertje water naast ga staan.” Natuurlijk waren de kinderen niet gelijk enthousiast dat ze wéér iets met pesten moesten gaan doen, zegt Lispet. „Maar de werkvormen van deze methode vinden ze geweldig. Je merkt dat ze conflicten beter kunnen plaatsen. Als er iets misgaat benoemen we dat ook in de klas en koppelen we het terug naar de lessen. Voor mij als leerkracht is het oplossen van conflicten daardoor makkelijker.”

    In alle klassen hangen anti-pestregels die de leerkrachten in overleg met de kinderen hebben gemaakt: ’Kom op voor jezelf, blijf van iemand anders zijn spullen af, help andere kinderen, als je iets niet prettig vindt, praat erover met een ander en meld pesten direct bij ouders of de leerkracht’. Diezelfde regels hebben de ouders ook gekregen. Na twee conflicten worden ze gebeld. En als het dan weer misgaat worden ze uitgenodigd voor een gesprek.

    Na de les wil Nikki (10) nog iets kwijt: „Het is een fijne les. Nu kan je het over dingen hebben waar je mee zit. Dat doe je normaal niet, omdat je bang bent daarmee gepest te worden.”

 


 

 

 

* Pesten - algemeen

*

Pesten: van alle tijden en plaatsen.

Pesten is van alle tijden. Misschien bent U vroeger op school zelf wel geconfronteerd met pesten. Pesten concentreert zich ook niet alleen op school.

Overal waar kinderen samen zijn wordt gepest, ook bij voetbal, hockey, scouting, kinderdagverblijf, gymnastiekvereniging, noem maar op. Pesten is trouwens niet alleen van kinderen. Ook volwassenen kunnen elkaar aardig dwars zitten, zowel in de werksituatie als in de woonomgeving.

 

Pesten: het slachtoffer.

Slachtoffers van pesten kunnen het aardig benauwd hebben. Om te beginnen meldt een slachtoffer niet zo snel dat het gepest wordt; het is toch een beetje een afgang.

Wordt het wel gemeld, dan komt de omgeving soms met “waardevolle” tips. U kent ze misschien wel. Het zijn opmerkingen in de trant van “je moet ze links laten liggen”, “sla er maar op”, “als ze het nog eens doen zal ik er wat van zeggen”.

Meestal zijn het opmerkingen waar een slachtoffer niet op zit te wachten. Pesten gaat namelijk niet vanzelf over, van school mag je niet slaan, slaan helpt niet omdat er zoveel kinderen zich mee bemoeien, en wanneer de sterke hulp weg is word je dubbel teruggepakt.

 

Pesten: signalen.

Vaak praten slachtoffers niet over het feit dat er gepest wordt. Je bent dan afhankelijk van signalen. Dat kunnen er vele zijn. Een slachtoffer kan bijvoorbeeld vaak kapotte kleren, blauwe plekken en/of verwondingen hebben, zonder dat er duidelijk aanwijsbare redenen zijn. Ook kunnen er zonder verklaring spullen “kwijt” zijn. Sommige slachtoffers gaan zo laat mogelijk naar school of komen veel later thuis uit school dan normaal. Andere slachtoffers gaan weer veel vroeger weg naar school en lopen dan via een grote omweg.

Slachtoffers worden vaak niet uitgenodigd op feestjes, of hebben wanneer zij wel uitgenodigd worden geen zin.

 

Pesten: de pester.

In een groep zijn er vaak maar een of twee pesters. Veel kinderen lopen mee, soms omdat het interessant is, soms omdat ze bang zijn anders zelf slachtoffers te worden.

Soms pesten de pesters ook omdat ze zich eenzaam voelen, of omdat ze ooit die rol op zich genomen hebben. Uit onderzoek is gebleken dat ouders vaak niet weten dat hun dochter of zoon een pester is.

 

Pesten: de oplossing.

Eigenlijk is er maar één oplossing voor het pesten: praten! Er moet gepraat worden met de groep, de pester en de gepeste. Iedereen moet weten dat we als school pesten niet accepteren, er alert op zijn en reageren wanneer pesten geconstateerd wordt.

Soms kan dat praten best emotioneel zijn. Soms komt er ook heel wat los bij de gepesten, bij de groep, maar ook bij de pester. Vaak blijken kinderen heel goed in staat de vinger op de zere plek te leggen en suggesties te geven om pesten te voorkomen.

De hulp van volwassenen is daarbij noodzakelijk. Wij als school willen er garant voor staan dat wij die hulp ook geven. Het spreekt vanzelf dat we hierbij niet zonder de hulp van ouders kunnen.

 

Pesten: contact ouders-school.

Het contact tussen de ouders en de groepsleerkracht van het kind is erg belangrijk.

Duidelijke signalen kunnen we daarbij niet af doen als “plagerij”. Het slachtoffer bepaalt immers zelf dat wat de ander plagen vindt door haar of hem ervaren wordt als pesten.

We adviseren U dan ook altijd naar de groepsleerkracht van uw kind te gaan wanneer uw kind of U vindt dat er gepest wordt.

 

Pesten: vertrouwenspersoon.

Soms kan het voorkomen dat U vindt dat er onvoldoende serieus naar u of uw kind wordt geluisterd. Op school hebben we contactpersonen (vertrouwenspersonen), Sabina Timmers en Wim van der Steen. Zij zijn, graag na afspraak, altijd bereid om uw problemen aan te horen en er ook iets mee te doen.

Natuurlijk kunt U ook praten met Erik Forsten (directeur van de school).

 

Pesten: onze aandacht.

Normaal gesproken zijn we het hele schooljaar alert op pestgedrag en bespreken we dit in de groep waar nodig. We gaan ervan uit dat het echte pesten voornamelijk plaats vindt in de groepen 5 of 6 tot en met groep 8. In de groepen 1 en 2 kan je eigenlijk nog niet praten over pesten. In de groepen 3 en 4 kan al een kiem gelegd worden voor wat later pestgedrag wordt.

 

Pesten voorkomen, helpt U mee?

Pesten kunnen we alleen maar in de hand houden met ieders inzet. Door ook aan het voorkomen van pestgedrag te werken, zorgen we er voor dat de school voor alle kinderen een fijne plek is om te leren en te leven.

Helpt U mee?
Graag!

 

 

 


 


* Pesten - protocol

*
Dit protocol is opgesteld c.q. bijgesteld door het teamlid welke in het takenpakket het onderwerp “pesten” heeft, en is achtereenvolgens geaccordeerd door de directie, het team en de medezeggenschapsraad.

Pesten wordt als volgt gedefinieerd:
Een persoon wordt getreiterd of gepest als hij of zij herhaaldelijk en over een
langere tijd blootstaat aan negatieve acties door één of meer personen.

  1. Pesten wordt op onze school niet geaccepteerd.
    We voeren als school een actief beleid om pesten te voorkomen of tegen te gaan.
    We gaan daarbij uit van het volgende:
    1. Pestgedrag komt over het algemeen pas voor vanaf groep 5.
      In de groepen 1 tot en met 4 kan wel de basis worden gelegd voor later pestgedrag.
    2. We spreken over de gepeste, de pester en de meelopers.
    3. We zijn alert op het signaleren van pestgedrag.
    4. We nemen elke melding van wie dan ook over pesten serieus.
    5. We gaan op een professionele manier met het pesten om.
  2. We zijn alert op pestgedrag.
    1. Met name in de groepen 1 tot en met 4 zijn we alert op gedrag wat later tot pestgedrag kan uitgroeien. We signaleren mogelijke pesters, gepesten en meelopers.
      We spreken met de groep over verschillen in mensen, het anders mogen zijn, het voor elkaar opkomen, het elkaar helpen e.d.
    2. Met name in de groepen 5 tot en met 8 zijn we alert op het gedrag van de pester(s), gepeste(n) en meeloper(s).
    3. Meldingen van ouders, andere kinderen en andere leerkrachten nemen we serieus.
    4. Kinderen, ouders en collega's kunnen pestgedrag achtereenvolgens melden bij de groepsleerkracht, de vertrouwenspersoon van de school of bij de directie.
  3. Diverse opmerkingen.
    1. De ouders van de pesters en de gepesten worden geïnformeerd.
    2. Wanneer er in een groep structureel pesten is geconstateerd, meldt de leerkracht dit aan de directie van de school; de leerkracht houdt de directie op de hoogte van de voortgang van het werken aan het pestgedrag.
    3. In de orthotheek is literatuur betreffende pesten op school ter informatie aanwezig.
    4. Links: www.sjn.nl/pesten/, www.pesten.net, www.zinloosgeweld.nl, www.pestweb.nl.             

Melding:
Van groot belang vinden wij de inbreng van ouders. Mochten ouders op de een of andere manier merken dat hun kind gepest wordt, bespreken zij dit met de groepsleerkracht van het kind. Als er een gevoel is dat door welke omstandigheden dan ook de groepsleerkracht onvoldoende ingaat op de afgegeven signalen, kunnen ouders altijd terecht bij de coördinator pesten van de school, vertrouwenspersoon of directie.

 

 


 


* Pesten - anti-pestbeleid

*

Samen met 24 andere scholen werken wij mee aan het Prima project, dit is een tweejarig project. (Prima staat voor ‘proefimplementatie anti-pestbeleid in het basisonderwijs'.) De leerkrachten worden binnen dit project begeleid en getraind door de GGD en onderwijsbegeleidingsdienst.

Daarnaast voert TNO Preventie en Gezondheid een begeleidend onderzoek uit gericht op effectiviteit van de implementatie van het anti-pestbeleid.

Op basis van de bevindingen aan het eind van dit tweejarig traject, wordt het anti-pestbeleid landelijk ingevoerd.

 

Basiselementen van het anti-pestbeleid:

Op schoolniveau:

  • training van leerkrachten
  • pesttest
  • toezicht op de speelplaats tijdens pauzes en overblijven vastgelegd in een surveillanceplan
  • een pestprotocol met daarin o.a. de regels tegen pesten
    • STOP 5:
      • Kom op voor jezelf.
      • Direct melden bij ouder(s)/leerkracht.
      • Als je iets niet prettig vindt, praat erover met een ander.
      • Blijf van andermans spullen af.
      • Help andere kinderen.
  • bijeenkomst ouders over het anti-pestbeleid op school

 

Op klasniveau:

  • klassenregels tegen pesten (STOP 5)
  • lessen over pesten
  • Take-care project voor de groepen 7
  • gesprekken met ouders over het anti-pestbeleid op school

 

Op individueel niveau:

  • het voeren van gesprekken met pesters en gepesten
  • het voeren van gesprekken met de ouders van de betrokken kinderen.

 



* Pesten - stroomdiagram

In onderstaand stroomdiagram vindt U de volgorde van handelen.

 

 

 


 


Terug naar de vorige pagina